GevelstenenBrick A

Brick A

Technische informatie

Kleur omschrijving
De kleur is bruin in de massa en sterk genuanceerd bruin tot paars-blauw.
Afmeting (L x B x H)
ca. 224x73x54 mm (LxBxH)
Aantal/m² met een traditionele voeg
ca. 66 (12 mm)
Aantal/m² met een dunne voeg
ca. 75 (6 mm)
Afmeting 2
ca. 215x100x65 mm (LxBxH) - Op aanvraag > 2000 m²

Referenties

Zoek volgens gemeente




Referentie lijst Brick A
Postcode Stad Straat Stijl en omschrijving Voeg Voegkleur Raam Dakbedekking Opmerkingen
9300 Aalst Kalfstraat Wildverband 6 mm
9890 Asper Biesstraat rechts van 7 Wildverband 6 mm zwart plat halfopen
8000 Brugge Gentpoortvest 45 Wildverband 6 mm Den Indruk
9280 Denderbelle Klein Gent 14 Wildverband 6 mm donkerbruin plat rijwoning
9000 Gent Gestichtstraat 22 Wildverband 6 mm donkergrijs plat sociale woningen-combinatie crepi
8650 Klerken Dorpstraat 25-27 Wildverband 6 mm donkergrijs plat sociale woningen-combinatie crepi
9270 Laarne Achterdreef 30 Wildverband 6 mm hout plat vrijstaand
9090 Melle Jan De Lichte Wildverband 6 mm plat groepswoningen
9820 Merelbeke Lembergsesteenweg rechts van 44 Wildverband 6 mm hout plat appartement
9700 Oudenaarde Broekstraat 146-152 Wildverband 6 mm zwart plat appartement
Print alle

Verwerkingstips

Voorbereiding werf

Kwalitatief en mooi metselwerk nastreven, begint bij het opslaan van de aangevoerde stenen. De pakken worden geplaatst op een droge ondergrond, en beschermd tegen regen en opspattend vuil.

De gevelstenen worden vervaardigd uit de natuurlijke grondstof klei. Dit houdt in dat er tussen de opeenvolgende producties van eenzelfde steensoort kleur en maatverschillen mogelijk zijn.

Dit kan zo veel mogelijk vermeden worden dankzij volgende voorzorgsmaatregelen:

  • Een bestelling behelst de totale hoeveelheid nodig voor de betreffende werf. Zo kan deze voorbehouden worden uit éénzelfde productierun.
  • Bij afroep laat men meteen de totale hoeveelheid stenen leveren. Indien de levering toch in meerdere keren moet gebeuren, worden steeds een aantal pakken uit de vorige levering met een aantal pakken uit de nieuwe levering gemengd. Dit wordt ook sterk aangeraden in geval van een nabestelling.
  • De gevelstenen neemt men diagonaal van boven naar onder uit de pakken.
  • Gevelstenen uit minimum vijf verschillende pakken simultaan mengen en verwerken.
  • Voor het uitpassen met gevelstenen op de werf neemt men eenheden uit de levering effectief bestemd voor deze werf. Men mag hiervoor niet louter rekenen met de theoretische afmetingen van de betreffende gevelsteen, en ook geen stalen gebruiken van een andere dan de voor deze werf voorbehouden productierun.
  • Vóór aanvang van de metselwerken, controleert men de leveringen visueel om eventuele niet-conformiteiten op te merken.
  • Bij vriesweer niet metselen of het ‘verse’ metselwerk beschermen met isolerende matten, om vorstschade aan de mortel te voorkomen. 
  • Bij aanhoudend droog en warm weer bevochtigt men licht het ‘verse’ metselwerk om te vermijden dat de mortel te snel uitdroogt.
  • Bij neerslag niet metselen om uitspoelen van mortel op de gevel te vermijden.

Metselen met Brick 7

Kantelen van de baksteen

Het beste resultaat bekomt men door de Brick 7 eerst vooraan neer te leggen en dan nauwgezet naar de achterzijde van het gevelvlak toe te kantelen. Zo drukken we de mortel samen naar de binnenzijde van het spouwblad.

Aanbrengen legmortel en voegmortel

Bij het aanbrengen van de voegmortel ervoor zorgen dat de legmortel (bij een klassieke voeg) en de dun- of lijmmortel (bij een dunne voeg) voldoende over de breedte van de steen wordt aangebracht, minimaal 5 cm. Men dient er wel steeds op toe te zien dat achterzijde van het buitenspouwblad vrij is van mortelresten en deze indien nodig af te strijken. Dit om contactpunten met de isolatie of het binnenspouwblad te vermijden. Bij navoegen moet er voldoende ruimte zijn voor het aanbrengen van een stevige afwerkingsvoeg, ca. 2 cm.

Kopvoegen

Een dichte kopvoeg resulteert in een betere lucht- & vochtdichtheid van het buitenspouw blad. Hierdoor beperkt men dus ook de warmtedoorlaatbaarheid.

Bepalen van de optimale voegdikte bij dunne voeg

De ruwheid en onregelmatigheid van de stenen bepalen welke voegdikte het best kan aangehouden worden bij metselwerk met dunne voegen.
Daarom is het aan te raden om eerst een proefmuurtje op te stellen.
Via de opbouw van een proefmuurtje, bestaande uit een aantal steenlagen met verschillende voegdiktes (4 mm, 5 mm, 6 mm), kan men de strakheid van de gevel weergeven.
Het belangrijkste criterium is namelijk de vlakheid van de horizontale voeg (lintvoeg) en niet zozeer het beperken van de dikte van de voeg.

Reinigen van metselwerk

RESTEN VAN METSELMORTEL

Na verharding van de mortel verwijdert men eerst de grootste morteldelen met een stijve borstel; daarna de gevel grondig bevochtigen met zuiver water, en naborstelen. Resterende vlekken  kunnen verwijderd worden met zoutzuur (oplossing van 10%), of met fosforzuur. Dit echter steeds wel na inwinnen van technisch advies van de leverancier en vooraf uit proberen op klein niet zichtbaar stuk metselwerk.  Vooraleer de gevelstenen met een chemisch product te behandelen, steeds een test doen op niet verwerkte materialen of een beperkt niet-zichtbaar oppervlak.
 

Uitbloeiingen voorkomen

Baksteenmetselwerk wordt soms ontsierd door witte uitslag. Deze uitslag wordt veelal veroorzaakt doordat er gemetseld is onder ongunstige weersomstandigheden. Vaak worden vanwege een strakke planning en een hoog bouwtempo niet de noodzakelijke beschermende maatregelen getroffen. Onder zeer vochtige omstandigheden kunnen in water oplosbare stoffen aanleiding geven tot uitslag op het oppervlak. In zowel het voor- als najaar kunnen na een vochtige periode (als het metselwerk weer opdroogt) de oplosbare stoffen als gevolg van vochttransport naar het oppervlak komen. Na verdamping van het water blijft een witte uitslag achter. (Bron: Uitslag op baksteenmetselwerk - Heidelberg Cement Group)

Enige uitslag op metselwerk kan altijd optreden. Er bestaat tot op heden geen enkele gevelsteen die in combinatie met een bepaalde mortel en of voegspecie gegarandeerd uitbloeiingsvrij is.
Wel kan men bepaalde eenvoudige voorzorgsmaatregelen nemen  die het gevaar van uitbloeiingen minimaliseren (om sterke bevochtiging van vers metselwerk tegen te gaan):

  • tijdens de uitvoering het vers metselwerk over een hoogte van minstens 60 cm beschermen (wel ventilatie toelaten) 
  • voorlopige regenwaterafvoerbuizen plaatsen om te vermijden dat het metselwerk zeer vochtig wordt
  • niet metselen bij slagregen

 

Hand-Made gevelstenen verwerken

1) Om een zo homogeen mogelijk beeld te bekomen moeten de stenen voor het verwerken correct gemengd worden. Dit wil zeggen, verticaal afstapelen en minstens 5 verschillende pakken tegelijk verwerken.

2) De aanwezige brandvlekken maken deel uit van het beoogde resultaat. Om de nuance ten volle te verkrijgen dienen ze naar de zichtzijde van het gevelparement gedraaid te worden.

3) Vanwege de kleurnuances die kunnen voorkomen tussen de verschillende zichtzijden van één steen kan men door het draaien van de stenen meer of minder nuance bekomen. Door de lichtste strekken naar de zichtzijde van het gevelparement te draaien zal men de krachtigste nuance bekomen. 

4) De donkerste stenen, al dan niet met brandvlekken, hebben vaak de meeste kromming. Deze stenen kan men indien nodig het best verwerken door ze te verzagen als passtukken. Indien deze stenen niet verwerkt worden in het gevelparement zal dit de nuance afzwakken.