60 appartementen en 16 woningen rond groene binnentuin
Dunbed wild- en stapelverband met deels uitstekende koppen. Tuinmuren met claustra verband.
Foto's: © Matthias Vanhoutteghem
Rood-bruine gevelstenen als verwijzing naar het industrieel erfgoed

Dit woonhof laat zien hoe collectief wonen in hoge densiteit toch aantrekkelijk en leefbaar kan worden voor een breed publiek. Rond een gedeelde binnentuin schakelen appartementen en starterswoningen zich aaneen, waardoor zowel groenbeleving als sociale interactie vanzelf ontstaan. Tegelijkertijd blijft privacy gegarandeerd dankzij claustra-tuinmuren en verhoogde terrassen die een subtiele afstand creëren. De groenaanleg ondersteunt deze gelaagdheid: organische overgangen tussen privaat en collectief zorgen voor een evenwichtige relatie tussen zien en gezien worden.

De gevels zijn opgebouwd uit diverse metselwerkverbanden in de rood-bruine NATURE7 Brick E gevelsteen, een bewuste verwijzing naar het industrieel erfgoed en de nabijgelegen tuinwijk. Deze materialiteit versterkt de architectonische samenhang en roept de sfeer op van een hedendaags begijnhof binnen het grotere masterplan: een beschutte binnenwereld die tegelijk publiek doorwaadbaar blijft. In deze publieke ruimte vind je gebroken kleiklinker fractie tussen de beplanting. Een circulaire toepassing van kleiklinkers die niet meer als zodaning kunnen hergebruikt worden.

De variërende bouwhoogtes van de omliggende volumes maken een brede waaier aan woningtypes mogelijk. De rijwoningen zijn bovendien voorbereid op toekomstige optoppingen, waardoor het geheel mee kan evolueren met veranderende woonnoden. Alle wooneenheden zijn aangesloten op een warmtenet en beschikken over beveiligde fietsstalplaatsen, wat bijdraagt aan een duurzaam en toekomstgericht woonmilieu.

Goed wonen draait om de mate waarin bewoners hun relatie tot buren, klimaat en natuur kunnen sturen en aanpassen doorheen de tijd. Controle over de grens tussen open en gesloten, tussen privacy en ontmoeting, tussen compact en ruim, vormt een essentieel onderdeel van woonkwaliteit.
Tegelijk staat goed wonen onder druk: hoe combineer je betaalbaarheid met aanpasbaarheid, groen, veiligheid en generositeit in een stedelijke of dorpse context? Compacte woningen met private buitenruimtes die schakelen aan collectieve tussenruimtes zoals straten, pleinen, stegen en binnenhoven leveren belangrijke ruimtelijke en sociale meerwaarde op. Goed wonen vraagt dus om keuzes: behouden we de auto voor de deur ten koste van een groene speelstraat, of kiezen we voor parkeren onder het wijkplein om ruimte terug te geven aan de gemeenschap?


















Aan de rand van Gent, op het terrein van een voormalige serre in Merelbeke, verrees het ambitieus ecologisch cohousingproject BloM. In dit kleinschalig dorp midden in het groen aan het Liedemeerspark gaan duurzaamheid, collectiviteit en architecturale verfijning hand in hand. De ontwikkeling van Cohousing Projects, uitgewerkt door Groep 3 architecten, omvat 23 wooneenheden, waarvan 13 grondgebonden woningen en 10 appartementen, gegroepeerd rond een royale collectieve tuin van 5.400 m². Bij 3 van de 10 appartementen gaat het om een ‘stapelwoning’, een duplex die als een puzzelstuk in de woningen naast en onder hen passen.