KleiklinkersDecimA Kastanje

DecimA Kastanje

Technische informatie

Kleur omschrijving
Bruin
Afwerking

Getrommeld, Onbezand

Afmeting (L x B x H)
ca. 210x50x103 mm (LxBxH) op aanvraag voor projecten > 2000 m²
Aantal/m² met een traditionele voeg
91
Afmeting 2
ca. 210x67x103 mm (LxBxH) op aanvraag voor projecten > 2000 m²
Aantal/m² met een traditionele voeg
68

Verwerkingstips

Straatlaag: Materialen

De kleiklinkers worden geplaatst op een legbed van zand, brekerzand, ternair zandmengsel, of andere (cfr. standaard-bestek).

We gebruiken bij voorkeur een granulaat dat weinig of niet onderhevig is aan beschadiging. Het materiaal dient stofvrij te zijn; dit betekent dat het gehalte aan bestanddelen fijner dan 63 μm streng moet worden beperkt.

De kenmerken van de granulaten zijn bepalend voor de weerstand van het straatlaagmateriaal tegen verbrijzeling. In België gaat het vooral om harde materialen zoals porfier, zandsteen en kwarts. Om ervoor te zorgen dat de straatlaag correct kan worden aangebracht, moet bij de materiaalkeuze ook rekening worden gehouden met de verwerkbaarheid.

Voor een straatlaag in een weg met zwaar gekanaliseerd verkeer worden materialen aanbevolen die voldoen aan de eisen voor categorie Ab of 3 volgens PTV 411 – zoals porfiersteenslag, zandsteen en gebroken grind (korrelgrootte 0/2 + 2/6,3). Deze materialen zijn ook aanbevolen en toepasbaar op toepassingen met een lagere en minder intense verkeersbelasting.

Dikte, profilering en verdichting van de straatlaag.

Het is van groot belang dat de straatlaag gelijkmatig onder het wegoppervlak verdeeld is. De optimale dikte van de straatlaag is na verdichting 30 mm. De tolerantie op de dikte van de straatlaag dient zo klein mogelijk te worden gehouden en mag zeker niet groter dan 5 mm. Door ervoor te zorgen dat de straatlaag een continue dikte heeft, kan schadeontwikkeling aanzienlijk worden beperkt. Het bed moet worden glad getrokken met een profiel, over het gehele werk en met de nodige precisie. De straatlaag wordt verdicht door de straatstenen met een trilplaat af te trillen.

Als de straatlaag op een fundering van steenslag wordt aangebracht, moet de bovenzijde van deze fundering goed gesloten zijn (dit is eventueel te bereiken door er fijn materiaal in te trillen en/of in te wassen). Zo niet kunnen achteraf oneffenheden in de verharding ontstaan doordat fijne deeltjes in de fundering indringen.

Trillen van gebakken klinkers

Om een volledige voegvulling te realiseren, wordt vóór het vast trillen van de kleiklinkers het geheel reeds bedekt met een laag zand (bij voorkeur brekerzand korrel 1-3 mm). Dit zand dient reeds ingekeerd te worden tot de klinkers voldoende stabiel zitten en bij het vast trillen niet meer tegen elkaar gedrukt kunnen worden.

Het intrillen zelf dient dan te gebeuren met een rubberen mat onder de trilplaat, om beschadiging van de klinkers te voorkomen.

Na het intrillen dienen eventueel beschadigde stenen onmiddellijk te worden vervangen en oneffenheden of hoogteverschillen te worden hersteld.

De kleiklinkers worden geplaatst met een minimale voeg, indien nodig af en toe met een iets ruimere voeg, om het verband te houden. Het rakend tegen elkaar plaatsen van de klinkers is ten stelligste af te raden, om randschade te voorkomen.

Om bij het plaatsen de lijn in het vooropgestelde verband te bewaren, dient men op regelmatige afstand een draad te gebruiken. Als afwerking kan u het verband na het plaatsen, waar nuttig, nog wat bijsturen met een fijn staafvoorwerp of fijne spade.Bij het plat plaatsen moet het niet-bezande vlak naar onder zijn gericht. Bij het plaatsen op kant legt men steeds de bezande kant tegen de niet-bezande kant.

Passtukken worden verkregen door zagen. Dit dient zo precies mogelijk te gebeuren om de stevigheid van de randafwerking niet te hypothekeren en om een esthetisch mooie afwerking te verzekeren.

De oneffenheden van het te bestraten oppervlak zijn hoogstens 7 mm – controle met een rij van 3 m – en bij regen mogen zich geen waterplassen vormen. Het hoogteverschil tussen aanliggende gebakken straatstenen bedraagt max. 2 mm.

Invoegen van nieuw gelegde klinkers

Na het vast trillen moet opnieuw zand – droog brekerzand korrel 1-2 of 1-3 mm – over de gehele oppervlakte worden verspreid. Dit moet in de voegen worden geveegd, indien nodig met toevoeging van water. Het is noodzakelijk dit proces te blijven herhalen, tot de voegen volledig gevuld zijn. Dit omdat er zeker geen klinkers meer kunnen verschuiven of loskomen en om vervorming van het gelegde verband te voorkomen. Invoegen met brekerzand biedt ook de mogelijkheid een zandkleur te kiezen dat zeer dicht bij de kleur van de kleiklinkers aanleunt.

Een definitieve laatste invoegbeurt, voor het vullen van de fijnste voegen, dient te worden uitgevoerd met een fijn neutraal zand met korrelgrootte 0-2 mm.

Pas als de klinkers vast zitten, mag het werk worden opengesteld voor het verkeer.